De Leeuw: ‘Dit had mijn afscheidsjaar moeten zijn’

23 juli 2020 08:55

Het is slikken. Dit jaar zijn er, naar het zich laat aanzien, geen kortebaandraverijen. Vanwege het rondwarende coronavirus heeft de Nederlandse overheid evenementen voorlopig tot 1 september verboden. En als het aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ligt, zijn evenementen pas weer toegestaan als er een goed werkend vaccin op de markt is. Een bittere pil dus voor de kortebaansport en allen die daarbij betrokken zijn. In deze rubriek kijkt de redactie met een betrokkene naar de gevolgen en persoonlijke impact door het missen van het kortebaanseizoen. Dit keer pikeur John de Leeuw.

Op 1 november 2019 zat hij voor het laatst op de kar op de langebaan van Wolvega. En op 7 februari van dit jaar kreeg hij tijdens het drafgala op Victoria Park zijn gouden helm uitgereikt, als beloning voor beste pikeur op de kortebaan seizoen 2019. Zijn zevende alweer. Maar door het uitbreken van het coronavirus heeft John de Leeuw, zoon van de legendarische trainer en pikeur Jan de Leeuw, zijn nieuwe helm nog niet kunnen dragen. Het is zelfs maar de vraag of dat ooit zal gebeuren. De Leeuw, die afgelopen december de 60-jarige leeftijd bereikte, overweegt al een paar jaar te stoppen. “Eigenlijk had 2020 mijn afscheidsjaar moeten zijn”, onthult hij. Met het Nederlands kampioenschap kortebaan in zijn woonplaats Hoofddorp als hoogtepunt. De Leeuw won er nog nooit. “Ze noemen mij hier de Joop Zoetemelk van Hoofddorp”, zegt hij lachend, daarbij doelend op zijn vier finaleplaatsen in de laatste vijf jaar. Het lukte telkens niet de zege op zijn thuisbaan te bemachtigen. “Natuurlijk wil ik hier graag winnen. Maar anderen maken daar meer een punt van dan ik. Bovendien ben ik een geboren Zwanenburger en daar won ik wel”, voegt De Leeuw er snel aan toe.

John de Leeuw tijdens het interview in Hoofddorp.

Staat van dienst

De Leeuw heeft zowel op de lange- als de kortebaan een enorme staat van dienst. Hij heeft zowat alles een keer gewonnen wat er te winnen valt. Op de lijst met beste kortebaanpikeurs aller tijden staat hij met 79 overwinningen inmiddels op de vijfde plaats, tussen grote namen als Jan Wagenaar (6e met 76 zeges) en Guus Knijnenburg (4e met 93 zeges). De top drie, aangevoerd door Aad en Ruud Pools met daarachter Jan van Leeuwen, is ver weg. Maar waar zou De Leeuw staan als hij zijn hele loopbaan wel op de kortebaan gereden had? We zullen het nooit weten. Vaststaat dat hij ruim twintig jaar niet actief was op de sprintafstand. “Kortebanen was niks voor mij”, aldus De Leeuw. “Ik vond het gewoon niet leuk, tussen al die mensen door naar de start. Ik werd er nerveus van. Ik heb het aan mijn vader te danken dat ik het kortebanen weer heb opgepakt. Hij haalde me over. Geef mij echter maar de langebaan”, bekent hij. “Daar beleef ik veel meer plezier aan. Ik hou van tactisch rijden. Dat vind ik mooi.”

Ondanks zijn talrijke kortebaanzeges werd De Leeuw opvallend weinig keren Nederlands kampioen. Hij werd slechts twee keer gehuldigd, maar aan beide titels kleefde een smetje. In 2005 ging het kampioenschap naar Deliberate Dust, maar zat Ruud Pools in de finale in Hillegom op de sulky. De Leeuw reed zijn beide paarden naar de eindstrijd, maar maakte achteraf gezien de verkeerde keuze. In 2015 ging hij in Wognum met Evison wel als winnaar van de finale over de streep. Maanden later volgde echter diskwalificatie vanwege het aantreffen van een verboden middel in het bloed van het paard. Hierdoor ging de titel alsnog naar verliezend finalist Asko Bond met Rick Wester en werden Evison en De Leeuw uit de uitslag geschrapt. De Leeuw had daarom voorafgaand aan het seizoen zijn pijlen nog één keer gericht op het NK in Hoofddorp. Bij het winnen daarvan zou hij in stijl afsluiten en voor eens en voor altijd afrekenen met de titel ‘Eeuwige tweede van Hoofddorp’. Het coronavirus gooide echter roet in het eten.

John de Leeuw spoort zijn Ronny Brandt aan op weg naar de winst van de finale in Middenbeemster vorig jaar.

Eigen stal

De Leeuw trad met het starten van zijn eigen entrainement aanvankelijk in de voetsporen van vader Jan en broer Cees, maar constateerde in de loop der tijd dat het met de drafsport in Nederland bergafwaarts ging. Het noopte hem uiteindelijk tot het zoeken van een baan buiten de sport. Vanaf dat moment was hij uitsluitend nog catchdriver voor andere trainers. Hij ging daarnaast aan de slag als chauffeur. “Ik vervoer medisch materiaal van de ene zorginstelling naar de andere. Je moet dan denken aan bloed en urine, maar ook aan bijvoorbeeld stamcellen. Die lever ik bij de patiënten zelf af. Zo kom ik regelmatig in het Prinses Maxima Centrum in Utrecht, een ziekenhuis gespecialiseerd in kinderoncologie. Als je dan die kindjes ziet met die kale koppies en slangetjes door hun neus, dan gaat er wel wat door je heen. Dan mag je blij zijn dat je even later zelf weer gezond het ziekenhuis uitloopt”, aldus De Leeuw, die nogal wat kilometers maakt. “Ik rijd pakweg 500 tot 600 kilometer per dag, met uitschieters tot wel 1.000 km. Ik doe vooral de klussen in Nederland, België en Duitsland. De verre ritten laat ik graag aan anderen over.”

Na ruim tien jaar in loondienst te hebben gewerkt, is De Leeuw sinds kort eigen baas. “Ik werd min of meer voor het blok gezet. Ik kon hetzelfde werk blijven doen, maar dan als ZZP-er. Eerst had ik daar geen trek in, maar ik had ook niet zomaar een andere baan. In dat opzicht had ik mijn leeftijd natuurlijk tegen. Uiteindelijk trok ik de stoute schoenen aan en besloot de uitdaging aan te gaan. Tot nog toe bevalt dat goed. Ik word nu per uur betaald en weet dus waar ik aan toe ben. Ook de uren dat ik in de file sta, krijg ik vergoed”, vertelt De Leeuw.

De gouden helmen van John de Leeuw staan bij hem thuis. Foto: John de Leeuw.

“Ik maak wel hele lange dagen. Meestal ben ik tien tot twaalf uur onderweg. Vaak lig ik vroeg op bed. Met een paar keer in de week fitness probeer ik mijn conditie op peil te houden. Het werk is leuk, maar je zit natuurlijk wel de hele dag in de auto. Dat is niet echt bevorderlijk voor je lichaam.” Met vroeg opstaan heeft De Leeuw geen problemen. “Dat was ik natuurlijk al gewend vanuit de periode dat ik mijn eigen stal met paarden had.”

Coronatijd

Dat het ZZP-er zijn ook nadelen kent, ondervond De Leeuw in de huidige coronatijd. “In maart werd ik in Oss met inpakken geholpen door een man die later positief bevonden werd. Hoewel ikzelf geen symptomen had, moest ik een aantal weken thuisblijven in quarantaine. Maar dat betekende ook geen inkomen. Dat is het risico van het ondernemerschap.” Maar inmiddels zit De Leeuw weer dagelijks op de Nederlandse snelwegen. Die bleven na het afkondigen van de lockdown een aantal maanden opvallend leeg. “Voor mij was dat heerlijk”, aldus De Leeuw. “Ik kon overal zo doorrijden.” Maar verder vindt hij de coronatijd maar niks. Vooral het niet kunnen bezoeken van zijn dementerende, 93-jarige moeder in het verzorgingstehuis deed hem veel verdriet. “Mijn moeder is heel belangrijk voor me. Iedere zaterdag ga ik met mijn broer Bob bij haar langs, maar dat kon plotseling niet meer. We moesten zwaaien terwijl ze voor het raam stond, maar dat kwam niet altijd goed door. Dat was een ramp. Sinds een paar weken mogen we weer op bezoek. Dan nemen we haar mee naar het restaurant voor een advocaatje met slagroom. Dat is een vast ritueel.”

John de Leeuw op de plek waar de kortebaan in Hoofddorp wordt gehouden.

De Leeuw is een gevoelsmens en emotioneel. “Het lijkt wel alsof dat steeds erger wordt. Bij een mooie film kan ik zo volschieten”, aldus de Hoofddorper. “Toen ik in 2015 met Fidelity Rhythm op Duindigt de derby won, kon ik het dan ook niet drooghouden. Zeker niet toen ik daar mijn moeder zag. Want het winnen van de derby is natuurlijk wel het hoogtepunt. Dat wil iedere rijder een keer meemaken, maar is lang niet voor iedereen weggelegd. Er zijn zat pikeurs met een prachtige erelijst die nooit de derby wonnen”, zo blikt De Leeuw terug. “Maar hoe mooi ik de sport ook vind, eerlijk gezegd mis ik het rijden niet. Het geeft mij zelfs een bepaalde rust dat er nu geen kortebanen zijn. Let wel, ik vind het heel erg voor de eigenaren die investeren in nieuwe paarden, de trainers, de organisaties en de liefhebbers van onze sport. Maar zelf ben ik er wel een beetje klaar mee. De afgelopen jaren trok ik het vaak niet meer. Het zal vast de leeftijd zijn in combinatie met mijn drukke baan, maar het plezier was de afgelopen jaren voor een belangrijk deel verdwenen. Vroeger baalde ik als er op een dag geen koers was. Tegenwoordig ben ik blij.”

Twijfel

“Ik heb dan ook respect voor een Ruud Pools, die op zijn leeftijd voor een paar koersjes nog heen en weer naar Duitsland rijdt. Dan moet je een groot liefhebber zijn. Want voor het geld hoef je het allang niet meer te doen”, vervolgt De Leeuw zijn betoog. “Dat ik nog niet definitief gestopt ben, komt eigenlijk door Michel Roggen van Stal De Groningers. Hij zou erg teleurgesteld zijn als ik er een punt achter zet. Daarom twijfel ik nog een beetje. Op de kortebaan heb ik veel aan Michel te danken. Hij gunt het mij ook. Ik vind daarom dat mijn laatste zes gouden helmen, gewonnen in de periode dat ik voor zijn stal rijd, hem toekomen. Bij mij liggen ze maar op zolder. In zijn persoonlijke museum komen ze veel beter tot hun recht.”

Tijdens het gesprek zijn er diverse signalen dat De Leeuw na dit jaar toch gaat stoppen. Zo is er meer in het leven dan de drafsport en wil hij erg graag weer een keer met zijn vrouw op vakantie. De Leeuw doet echter geen harde uitspraken in die richting. “Als ik stop, is Michel Roggen de eerste die het hoort. Dat vind ik wel zo netjes.” En dus is er nog een kans dat we John de Leeuw als pikeur terugzien op de kortebaan. Met de gouden helm op.

Tekst en foto’s: Ruud de Groot

Dat ik nog niet definitief gestopt ben, komt eigenlijk door Michel Roggen

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.