Bouwhuis: ‘Het doet pijn dat er geen kortebanen zijn’

26 augustus 2020 13:50

Het is slikken. Dit jaar zijn er geen traditionele kortebaandraverijen. Vanwege het rondwarende coronavirus heeft de Nederlandse overheid evenementen voorlopig verboden. En als het aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ligt, zijn die pas weer toegestaan als er een goed werkend vaccin op de markt is. Een bittere pil dus voor de kortebaansport en allen die daarbij betrokken zijn. In deze rubriek kijkt de redactie met een betrokkene naar de gevolgen en persoonlijke impact door het missen van het kortebaanseizoen. Dit keer Manus Bouwhuis, de coördinator op het stalterrein.

(Tekst: Ruud de Groot)

Op zijn onderarm staat een grote tatoeage. De enige, zo te zien. ‘Lia 9-8-2008’ valt er te lezen. Op deze datum veranderde het leven van Manus Bouwhuis voorgoed. Zijn vrouw Lia overleed die dag. Na een aantal weken in een revalidatiekliniek als gevolg van een val thuis van de trap, leek het met de levenspartner van Bouwhuis weer de goede kant op te gaan. Net op het moment dat ze mogelijk weer naar huis mocht, sloeg het noodlot genadeloos toe. Een hartstilstand gevolgd door euthanasie maakten Bouwhuis plotsklaps weduwnaar. Vanaf dat moment was hij op zichzelf aangewezen.

“Ik kan slecht alleen zijn en wil graag dingen kunnen delen”, begint de Hilversummer zijn verhaal. Maar behoefte aan een andere relatie heeft hij niet. “Ik heb met Lia een hele fijne vrouw gehad en dat was het.” Toch voelt Bouwhuis zich niet eenzaam. “Dat is vooral te danken aan mijn kinderen en hun partners. Die zorgen goed voor mij.” Zo eet Bouwhuis vijf dagen in de week bij zijn zoon Martin en de overige dagen bij zijn dochter Manon, die beiden ook in Hilversum wonen. Melinda, zijn andere dochter, woont in Amersfoort. Ook daar komt Bouwhuis regelmatig over de vloer. “Eigenlijk ben ik nooit thuis”, verontschuldigt hij zich. “Ja, alleen om te slapen.”

Lust en leven

Naast plezier met de familie haalt Bouwhuis zijn levensvreugde vooral uit de paardensport. “De drafsport is mijn lust en mijn leven. Altijd geweest eigenlijk. Als achtjarig jochie stond ik tijdens het speelkwartier op school al te kijken bij de paarden op het Sportpark in Hilversum. Aan het eind van de pauze verstopte ik me soms achter een boom, zodat ik langer kon blijven.” Tot aan de sluiting van de drafbaan was Bouwhuis er niet meer weg te slaan. Als trainer startte hij er zijn eigen entrainement en als pikeur plukte hij daar zelf de vruchten van.

Prins Bernhard is aanwezig bij de huldiging van Manus Bouwhuis nadat hij in Groningen met Olaf Pride de Gouden Zweep heeft gewonnen. Dochter Manon heeft zich al over de ereprijs ontfermt. Het was in 1978 de mooiste van zijn in totaal 123 overwinningen. (Foto: archief NDR)

Op de drafbanen van Nederland schreef Bouwhuis geschiedenis. Zo won hij in 1978 en 1979 het pikeurskampioenschap op de langebaan en veroverde hij met Olaf Pride in 1978 op de baan van Groningen de Gouden Zweep, destijds uitgereikt door Prins Bernhard. Zowel in 1992 als in 1993 werd Bouwhuis gekroond tot beste pikeur op de kortebaan, waarna een ernstig ongeval de voorbode bleek van het einde van zijn actieve carrière. Bouwhuis liep drie verbrijzelde vingers op, die weliswaar operatief konden worden gered, maar niet meer goed functioneerden. In 2003 keerde hij terug. Bouwhuis werd gevraagd Jan de Leeuw op te volgen als coördinator op het stalterrein bij de kortebanen. Een functie die hij nog altijd bekleedt.

Bouwhuis wordt in die hoedanigheid ingehuurd door de kortebaanbond. “En dus niet door de NDR”, benadrukt hij. In 2018 sprak hij met het bestuur van de kortebaanbond af, zeker nog twee jaar door te gaan. “Ik hield er dus voorzichtig rekening mee, dat dit wel eens mijn laatste kortebaanseizoen zou kunnen worden. Want je moet wel reëel zijn. Ik voel me nog goed, maar word ook een dagje ouder (komend weekend wordt Bouwhuis 79, red.). Er moet straks wel op tijd een opvolger klaarstaan als dat nodig is. Achter de schermen wordt daar al over nagedacht.”

Toch moet Bouwhuis nog niet aan stoppen denken. “Dit is door de uitbraak van het coronavirus natuurlijk een waardeloos jaar, ook voor de drafsport. Het doet pijn dat er geen kortebanen zijn. En zo wil je natuurlijk ook geen afscheid nemen. Ik ben daarom blij met de uitspraak van Jasper de Jong (penningmeester van de kortebaanbond, red.), die zegt dat ik er volgend jaar gewoon weer bij ben. Dat doet mij goed.” En dus is de kans groot dat we Bouwhuis komend seizoen terugzien als coördinator op het stalterrein. Hoewel die titel niet geheel de lading van de functie dekt. Bouwhuis is op een koersdag al vroeg in de weer met het inspecteren van de baan. Ook is hij belast met het uitbetalen van de reiskostenvergoedingen.

Ziel onder de arm

Door het annuleren van de kortebanen liep Bouwhuis de afgelopen maanden een beetje met zijn ziel onder de arm. “Ik ging regelmatig wandelen met de honden van mijn zoon, of deed een boodschapje voor mijn schoondochter. Eigenlijk rommelde ik maar wat aan.” De koersen op de langebaan volgde Bouwhuis bij zijn zoon. “Hij heeft een groot scherm aan de muur. Dat kijkt erg prettig.” Over enthousiasme voor de drafsport binnen de familie heeft Bouwhuis geen klagen. Zijn schoonzoon André Wallenburg is net als dochter Melinda amateurrijder. Bouwhuis gaat soms met hem een dagje mee naar de koers als André moet rijden. Melinda komt minder vaak in de baan, maar won vorig jaar nog een koers op Wolvega. “Dan ben ik best wel trots”, beaamt Bouwhuis.

Ook is er een link met een andere bekende familie in de drafsport. “Thea, de echtgenote van Bob de Leeuw, is de jongste zus van mijn overleden vrouw Lia.” Wat dat betreft lijkt de drafsport één grote familie. Bouwhuis heeft daar wel een kanttekening bij. “Vroeger was het allemaal veel intiemer, gezelliger ook. Tegenwoordig is het vaak wat afstandelijk. Tijd voor een dolletje is er steeds minder en soms kent zelfs de een de ander niet. In mijn tijd was dat wel anders.”

Manus Bouwhuis met zijn trouwe kompanen Gerard Koop (links) en Ad Suykerbuyk op het stalterrein van Hoofddorp. (Foto: Ton Hofstra Fotografie)

Die goeie, ouwe tijd ziet Bouwhuis ook niet meer terugkeren in de drafsport. Maar daar zijn ook andere oorzaken voor. “Kijk bijvoorbeeld naar de publieke belangstelling. Afgelopen zondag was ik op Duindigt. De organisatie had geluk met het weer. Daardoor was er nog aardig wat volk op de been. Maar doorgaans valt de opkomst op de langebaan zwaar tegen. En neem het prijzengeld. Toen ik de Gouden Zweep won leverde dat 25.000 gulden op. Nu moet de winnaar het doen met 3.000 euro. Dat is een groot verschil. En in de overige koersen is de eerste prijs 500 euro. Daar liepen wij vroeger de bokkenkoersjes voor”, spreekt Bouwhuis zijn zorgen uit. “Er zijn steeds minder paarden en drafbanen. En dan ook nog het coronavirus. Zo’n grasbaankoers op Joure zonder publiek, daar is toch niets aan.”

Bouwhuis hoopt dat de drafsport blijft voortbestaan. “Helemaal verdwijnen zal de drafsport nooit, maar de huidige crisis maakt het er financieel niet gemakkelijker op. Alles draait uiteindelijk om geld en er zijn ook sponsors die hard geraakt worden. Voor de organisaties wordt het steeds lastiger om alles rond te krijgen. Dat geldt zowel voor de lange- als de kortebaan.”

Zonneschijn

Komende zaterdag is Bouwhuis uiteraard actief op Duindigt als het NK-kortebaan wordt verreden. Hij meet dan de baan uit en vervult zijn rol als coördinator op het stalterrein. De nummerdekjes liggen bij hem thuis al klaar. Toch loopt hij niet over van enthousiasme. “Met alle respect voor de initiatiefnemers en organisatie, maar Duindigt is nou niet de meest sfeervolle locatie voor een kortebaan. Veel alternatieven waren er echter niet. Je hebt toch te maken met de corona-maatregelen. Ik hoop oprecht dat er veel publiek op afkomt en we een mooie koers krijgen. Maar eigenlijk ben ik in mijn hoofd al bezig met volgend jaar.”

Veel verder wenst Bouwhuis ook niet vooruit te kijken. “Ik ben heel gelukkig als ik nog een volledig seizoen als coördinator op het stalterrein mag meedraaien. Daarna zien we wel verder. We moeten echter eerst van dat virus af. Want voor je het weet is het alweer mei. Toch ga ik er maar vanuit, dat er na regen weer zonneschijn komt. Zo is het altijd geweest en zo zal het wel altijd blijven.”

(Foto boven: Ruud de Groot)

Er is steeds minder tijd voor een dolletje. Soms kent zelfs de een de ander niet. In mijn tijd was dat wel anders

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.