De vergeten kortebaan (deel 18): Uitgeest

12 april 2018 10:29

In 2018 is het kortebaancircus te gast in 28 verschillende kortebaanplaatsen. De afgelopen decennia werd er echter in ruim honderd verschillende dorpen en steden gekoerst. In de rubriek ‘De vergeten kortebaan’ duiken we de historie in en gaan op zoek naar de plekken waar ooit de beste sprinters van Nederland door de straten denderden. In deel 18: Uitgeest.

De paarden die de eerste twee edities van de kortebaan in Uitgeest wonnen, waren twee sprinters die hun sprintloopbaan begonnen op het moment dat O Marijke juist aan haar laatste jaar op de kortebaan bezig was. Het gaat om 1956, waarin O Marijke in negen starts zeven keer de finale haalde (vier overwinningen). Qua prijzengeld moest de 24-voudig kortebaanwinnares het toch afleggen tegen Rita BH, die tien keer startte, daarvan vier keer won en verder telkens in de prijzen draafde.

Deze Rita BH was tijdens het tweede gedeelte van de jaren ’50 een heuse veelvraat. Tussen 1956 en 1958 startte ze in totaal 39 keer op de kortebaan waarin ze veertien keer de finale haalde. Tien keer wist ze deze winnend af te sluiten. Telkens was Jacob Haan haar pikeur. De combinatie boekte in 1957 een knappe zege in Uitgeest, want Rita BH hield de gehele Wagenaar-brigade achter zich. Jan Wagenaar jr. finishte met Tourterelle en Ria Kitty op de respectievelijk tweede en derde plaats, terwijl Jan Wagenaar sr. met Ronny Zora genoegen moest nemen met de gedeelde vierde plaats.

Nationaal record

Thea Cornelia (foto boven, met dank aan het NDR-Archief) was in veel opzichten de opvolgster van haar stalgenote en halfzus O Marijke. In 1956 werd letterlijk het stokje overgedragen. O Marijke won in Hillegom haar laatste kortebaan, met Thea Cornelia als tegenstander tijdens de finale. Het toeval wil dat Thea Cornelia vier jaar later ook in Hillegom haar laatste kortebaan won. 1958 was voor de pupil van trainer en pikeur Guus Knijnenburg een absoluut topseizoen met overwinningen in Uitgeest, Heemskerk, Enkhuizen en ’t Zand. Desondanks werd het duo dat seizoen volledig overschaduwd door Ronny Zora met Jan Wagenaar jr. op de sulky. De combinatie was dat seizoen acht keer succesvol. Wagenaar wist zelfs elf van de in totaal zeventien kortebanen dat jaar te winnen.

Hoewel Thea Cornelia, als schimmel een opvallende verschijning op de koers, in totaal zeven kortebanen won, vergaarde ze de meeste roem met haar prestaties op de langebaan. Zo won ze in 1959 de Gouden Zweep. Ze versloeg onder andere Theo Messidor (met afstand de beste draver van zijn jaargang) en tweevoudig kortebaanwinnaar Q Bascom. Zelfs de legendarische Quicksilver S moest er aan geloven en werd slechts vierde. In 1960 volgde ze nog één keer O Marijke op. Tijdens de interland Nederland – België verbeterde ze het nationaal record, dat op dat moment op naam van haar halfzus stond. Met 1.18,3 over een kilometer zette ze niet alleen een nieuw record neer, maar was ze ook de eerste draver die in Nederland onder de magische grens van 1.20,0 liep.

Doorstart

Met behulp van Bert Smits en Aad Pools, die een thuiswedstrijd reed, maakte Uitgeest in 1994 een doorstart. Bijzonder was de deelname van Guus Knijnenburg, die 36 jaar na zijn overwinning met Thea Cornelia nog steeds van de partij was. Tijdens de editie van 1994 tikte hij uiteindelijk als derde aan met Follow Me. De winst ging naar Grisbi Vitesse met Stuart Diab op de sulky. De merrie had een jaar eerder als vierjarige met enkele ereprijzen leuk meegedaan, maar brak in 1994 definitief door. Ze won de kortebaan in Assendelft en haalde daarna de finales in Wognum en Venhuizen. Zo bezorgde Grisbi Vitesse haar pikeur Stuart Diab zijn eerste twee overwinningen op de kortebaan. Diab zou dat seizoen nog winnen in Purmerend met Heidi Oldeson en in 1997 flink verrassen in Warmond met Ilperfish S.

Een jaar later was Speedy Jace de sterkste in Uitgeest. De Amerikaan van Jacques Geluk had in zes eerdere starts dat seizoen telkens in het prijzengeld gelopen, maar kwam steeds net tekort voor een overwinning. In Uitgeest was het eindelijk raak en won hij de finale van Chapman. Het was de laatste keer dat Jacques Geluk met de hengst won. Enkele weken na de koers in Uitgeest belandde Geluk in het ziekenhuis en nam Ruud Pools zijn plek over. Het werd een doorslaand succes. Ondanks het feit dat Speedy Jace werd opgezadeld met een starthandicap van maar liefst tien meter, reeg het gelegenheidsduo de successen aaneen. Met overwinningen in Noordwijk, het Nederlands kampioenschap in Heemskerk en Medemblik verzekerde Speedy Jace zich eenvoudig van de titel ‘Kortebaner van het Jaar’, terwijl Pools aan een heus schrikbewind begon met zes pikeurskampioenschappen op rij.

Ook in de daaropvolgende jaren domineerde Pools in Uitgeest. In 1996 won hij met Hunter’s Walk, die een jaar eerder al eens succesvol was geweest in ’t Zand. De pupil van trainer Hugo Langeweg maakte na finaleplaatsen in Venhuizen en Amsterdam-Noord in Uitgeest een razendsterke indruk en kwam op weg naar de overwinning geen enkele keer in de problemen. Chapman werd opnieuw tweede, dit keer met Cees Imming op de sulky. Een jaar eerder was het Pools zelf geweest die hem naar de tweede plaats stuurde.

Kampioenschap

Een jaar later was het weer raak voor Pools. Met Invit Rider boekte hij zijn derde zege op rij, nadat de combinatie eerder dat seizoen al had gewonnen in Wognum en Amsterdam-Noord. De snelle vosruin van eigenarengroep Stars Trotters BV was dat seizoen een klasse apart en draafde in zeven starts zes keer in het prijzengeld. Alleen in Schagen bleef hij buiten de prijzen. Na zijn overwinning in Uitgeest finishte hij als tweede in Beverwijk, won hij in Medemblik en haalde opnieuw de finale in Lisse. Ondanks dat hij dat seizoen ‘slechts’ zeven keer startte op de kortebaan, was het net genoeg om Jollification voor te blijven in het klassement ‘Kortebaanpaard 1997’.

Lilly Pluto en haar eigenarenclub showen in ’t Zand de eredeken voor het behalen van het kampioenschap in 1998.

Tijdens de laatste editie in 1998 won opnieuw een paard de koers dat na afloop van het seizoen tot de beste sprinter van het jaar zou worden uitgeroepen. Dit keer was het Lilly Pluto die de concurrentie kansloos liet. Voor de vierjarige merrie met Cees Imming op de sulky was het haar tweede overwinning op rij nadat ze eerder glanzend was gedebuteerd met een zege in Joure. De combinatie won later ook in Hoorn en Medemblik en finishte als tweede in Stompwijk. Het bleek genoeg om de titel ‘Kortebaanpaard 1998’ binnen te slepen, weliswaar met minimaal verschil. Tuckittua eindigde gelijk in punten, maar omdat Lilly Pluto vaker tweede was geworden ging de titel naar haar.

Hoewel Imming dat seizoen zijn beste seizoen ooit draaide op de kortebaan, was het niet genoeg om pikeurskampioen te worden. De onlangs gestopte trainer uit Callantsoog won maar liefst zeven keer, maar dat was niet genoeg om Pools voor te blijven. Hoewel ook Pools dat seizoen goed was voor zeven zeges, maakte hij het verschil met vele podiumplaatsen. Waar Imming in Uitgeest won met Lilly Pluto, bezette Pools met Keegan Boko en Giovinetta de plaatsen twee en drie.

1957 Rita BH Jacob Haan
1958 Thea Cornelia Guus Knijnenburg
(geen kortebaan tussen 1959 en 1993)
1994 Grisbi Vitesse Stuart Diab
1995 Speedy Jace Jacques Geluk
1996 Hunter’s Walk Ruud Pools
1997 Invit Rider Ruud Pools
1998 Lilly Pluto Cees Imming

Bijzonder was in 1994 de deelname van Guus Knijnenburg, die 36 jaar na zijn overwinning met Thea Cornelia nog steeds van de partij was.

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.