De Top 100 der pikeurs (nummer vier): Guus Knijnenburg

31 mei 2018 09:56

Vanaf 1932 wordt er gekoerst onder de vlag van de Kortebaanbond. Sinds de oprichting van dit overkoepelende orgaan werden er ruim 2100 kortebanen verreden. Welke pikeur won er de meeste? In de rubriek ‘de Top 100 der pikeurs’ kijken we terug op 86 jaar kortebaanhistorie en beantwoorden deze vraag. In deel 9 aandacht voor Guus Knijnenburg, met 93 overwinningen de nummer vier van deze lijst.

Nooit kreeg een pikeur op de kortebaan een mooier afscheid dan Guus Knijnenburg. Op 9 oktober 2000 werd hij door zijn collega’s op een indrukwekkende manier gehuldigd. Aad Pools was de initiator achter deze feestelijkheden en overhandigde Knijnenburg tijdens zijn laatste koers in ’t Zand een kolossale vaas met daarin alle namen van zijn collega’s gegraveerd. Pools nam ook nog even het woord. “Guus, we hebben allemaal het vak van jou geleerd. Vandaar dat je je eigen trucjes in de loop der jaren meerdere keren bent tegengekomen. Bij deze benoemen wij jou voor de rest van je leven tot ‘ere-oud-collega van de kortebaan’.” Als bonus kreeg Knijnenburg die middag de twee beste paarden van het seizoen tot zijn beschikking. Met Apache won hij oppermachtig de koers, zijn 93e en laatste zege.

Dat collega’s iemand op zo’n grandioze manier in het zonnetje zetten, komt niet zomaar uit de lucht vallen. Een pikeur die op zo’n imponerende manier wordt gehuldigd, heeft zonder twijfel veel betekend voor de sport. Daar hoeft bij Guus Knijnenburg niemand over te twijfelen. Hij was een man van weinig woorden, hard werken en bovenal iemand met een enorme liefde voor zijn paarden. Die liefde bracht hem grote successen op de korte- en langebaan, bepaalde zijn levenswandel en maakte van Knijnenburg in alle opzichten een legende in de drafsport.

Dutje op de hooizolder

Knijnenburg begon zijn loopbaan bij zijn oom Flip. Zijn vader Jaap reed regelmatig de paarden van zijn oom en zodoende werd Knijnenburg al vroeg met het drafsportvirus besmet. Zeven dagen per week fietste hij vanuit de Haagse Schilderswijk naar Duindigt, waar Flip zijn entrainement hield. Om zes uur ’s ochtends begon hij met zijn werkzaamheden, glipte er even na het middaguur tussenuit voor een dutje op de hooizolder en bleef daarna net zolang op stal als nodig was. Pas in de avonduren kwam Knijnenburg weer thuis, om de volgende ochtend voor dag en dauw weer richting Duindigt te vertrekken.

Het was aanpoten voor Knijnenburg, die in verhouding met anderen weinig betaald kreeg. Een week werken leverde hem een tientje op, een bedrag dat werd verdubbeld wanneer hij een koers won. Knijnenburg maalde er niet om. Hij hoefde geen kostgeld te betalen en at gratis mee. Daarnaast zou hij immers zijn oom opvolgen als de tijd rijp was. Het zou echter totaal anders lopen.

De ereronde van O Marijke en Guus Knijnenburg op een volgepakt Duindigt na hun zege tijdens de Grote Prijs der Lage Landen in 1956. (Foto: Archief NDR)

Knijnenburg kende een vliegende start van zijn loopbaan en dat was enkel en alleen maar aan één paard te danken: O Marijke. Dankzij de merrie vergaarde hij roem op zowel de korte- als de langebaan. De combinatie won gedurende de jaren ’50 maar liefst 23keer; alleen Allouez en Jan de Vlieger waren ooit succesvoller. Cijfermatig gezien was het seizoen van 1955 het meest succesvolle van het duo. De combinatie kwam dat jaar vijftien keer aan de start, won tien keer en finishte drie keer als vierde.

Keerzijde

Het was echter het seizoen van 1956 waarmee de combinatie zich definitief een plekje in de geschiedenisboeken verschafte. Op zondag 8 juli 1956 schreef O Marijke geschiedenis door tegen alle verwachtingen in de Grote Prijs der Lage Landen, na de Derby de grootste koers van het jaar, te winnen. Willem Geersen en Jan Kruithof stonden aan het vertrek, Olga Pluto verscheen in de baan met Appie Siderius, zelfs de befaamde Charlie Mills was naar Nederland afgereisd voor deze koers. Uit Zweden kwam Gay Noon, destijds het snelste paard dat ooit in Nederland was gestart. Maar hoe groot de naam en faam van deze paarden en toppikeurs ook was, O Marijke bleef ze met de destijds 26-jarige Knijnenburg allemaal voor. Duindigt schudde op zijn grondvesten en Guus Knijnenburg had definitief naam gemaakt.

Guus Knijnenburg met Mai Regina, met wie hij in 1975 vier kortebanen won.

Het succes had ook zijn keerzijde. De zege van O Marijke leverden de eerste barst op in de relatie met zijn oom Flip. In een interview uit 1979 keek Knijnenburg nog eens terug. “Je rijdt de ereronde en denkt: nou, O Marijke, we zullen je straks maar eens lekker gaan verzorgen. Maar daar kwam niets van in. Oom Flip had haar box voor vijf gulden aan een eigenaar van een ander paard verhuurd. O Marijke, waar op de tribune iedereen nog over sprak, moest worden drooggestapt en ging daarna onmiddellijk het weiland in. Ik vond dat zo’n ontzettende ontluistering dat ik razend van woede was, maar wat kon ik. Oom Flip maakte de dienst uit. Mensen spraken er schande van, maar ik kon er niets aan doen. Misschien is dat wel het begin geweest van de spanningen.”

Een paar jaar later barstte de bom. Knijnenburg stapte, ondanks het voornemen om de stal over te nemen, op en begon voor zichzelf. In 1999 legde hij in de Draf&Rensport uit waarom. “Ik kan met een gerust hart zeggen dat ik eigenlijk veel te zuinig met mijn paarden ben omgesprongen. Maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Paarden over de kling jagen, ligt nu eenmaal niet in mijn aard. Dat is ook de reden dat ik bij oom Flip ben weggegaan. Hij ging in mijn ogen veel te grof met een merrie om, dus smeekte ik hem bijna om alsjeblieft te stoppen met dat arme dier. Maar hij luisterde niet, dus heb ik hem gezegd dat ik in mijn eentje verder wilde. Niet dat we met ruzie uit elkaar zijn gegaan. Laat ik het maar op een verschil van mening houden.”

Hondenkennel

Knijnenburg huurde een paar boxen op Duindigt en ging aan de slag. Dat verliep niet naar wens. Hoewel hij zeventien paarden had lopen, behaalde hij geen successen. De twijfel sloeg toe en Knijnenburg overwoog zelfs te stoppen met de drafsport. Zijn vrouw had haar eigen hondenkennel en Knijnenburg schatte zo in dat er in die branche meer te verdienen was dan waar hij nu mee bezig was. Uiteindelijk deed zijn onvoorwaardelijke liefde voor de paarden hem anders besluiten en begon hij met neef Willem een eigen entrainement in Nootdorp. Naast de trainingsbaan bouwden de neven allebei een huis; aan de ene kant van de oprit woonde Guus en aan de andere kant woonde Willem. Guus richtte zich op de paarden, terwijl Willem zich puur met de zakelijke kant bezighield.

Met Alexander S en White Shadow (Derbywinnaar in 1983) had hij twee grote cracks voor de langebaan, maar ook op de kortebaan bleef Knijnenburg successen boeken. Zowel in 1984 als in 1990 won hij het pikeurskampioenschap en ondanks zijn hoge leeftijd bleef hij een flink woordje meespreken. Hoewel hij de zestig al was gepasseerd won Knijnenburg tijdens de jaren ’90 22 kortebanen. Alleen in de jaren ’50 deed hij het, mede dankzij de dadendrang van O Marijke, beter.

Bloemen

Na zijn pensioen ging het snel minder met de gezondheid van Knijnenburg. Hij werd ziek en overleed in 2002. Hij beloofde ooit de destijds elfjarige Manon Pools te zullen helpen in het startvak wanneer ze het moest opnemen tegen haar vader. “Ik help normaal gesproken niemand in het startvak, maar voor jou maak ik een uitzondering”, stelde hij haar gerust. Het kwam er nooit van, maar de bloemen die Manon na haar eerste overwinning in Enkhuizen in 2004 overhandigd kreeg, bracht ze naar het graf van haar ‘Ome’ Guus.

Guus Knijnenburg met Iron Buitenzorg in De Lier, 1998. De combinatie zou die middag als tweede finishen, achter Super Leo (Ruud Pools).

Knijnenburg was een echte liefhebber, eentje van het zuiverste soort. In 1979 liet hij optekenen: “Het publiek denkt dat als een paard favoriet is, hij ook moet winnen. Maar een paard is geen auto, het is een dier. En zo’n dier kan zijn trainer of het publiek niet vertellen waarom hij vandaag niet in conditie is. Een paard is eerlijk, meestal tenminste. Als het een goed paard is, laat hij dat zien. Dat doet een kwaad paard ook. Als je de mens leert kennen, ga je nog meer van paarden houden.”

De erelijst

 4. Guus Knijnenburg (1950-2000)
(Kalumet Axkit, O Marijke 23x, Nuni Brewer 2x, Sylvia Anna 2x, Thea Cornelia 6x, Zephyr Magowan 4x, April Love 2x, Buick Magowan 5x, Zonnestraaltje 2x, Dorita Hollandia 3x, Mai Regina 4x, Lee Rodney, Uncrowned 6x, Ultra Regina 2x, Upstart Signal, Walele du Bois 2x, Yessie Prinses, Arja Woldberg, Clark Buitenzorg 4x, Ann Marshall 2x, Benny Jeanet, Jenny Bowler 3x, Jim Jam Rozz 2x, Illustere Lady 2x, Ido Baldwin, Greet Buitenzorg, Marino, Beauty Apache 2x, Kick Down 2x, Icaros van Venlo, Royal Touch, Javier Groenhof, Apache)
93

Maar hoe groot de naam en faam van deze paarden en toppikeurs ook was, O Marijke bleef ze met de destijds zesentwintigjarige Knijnenburg allemaal voor

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.