Het evaluatierapport: Jureren en overige vragen

5 maart 2019 10:36

De redactie van Kortebaandraverijen.nl heeft met behulp van de liefhebbers het rapport ‘Het kortebaanseizoen 2018 en kan het beter?’ geschreven. In deze rubriek komen steeds verbeterpunten naar voren. Vervolgens reageert kortebaanvoorzitter Gerard Post Uiterweer, soms aangevuld door SNDR-manager Cees Pluimgraaff. In deze editie (deel 6): Het jureren en overige vragen.

Jureren

Bij een kortebaan staat het publiek er langs de baan bovenop en heeft vaak ook een wedbelang. Dat belang zorgt er mede voor dat niet altijd juist wordt gezien wat er daadwerkelijk gebeurt. De jurering op de baan is niet eenvoudig. De paarden komen op de comitéleden af en dat maakt het moeilijk om altijd precies te zien of de gangen van het paard de juiste zijn. Fouten worden er gemaakt en moeten door een ieder worden geaccepteerd.

Anders wordt het, wanneer er ogenschijnlijk sprake is van ‘klassenjustitie’. Een moeilijk woord voor een eenvoudig begrip. Bij de kortebaanliefhebbers leeft het gevoel dat de één meer mag dan de ander. In de ontvangen reacties worden voorbeelden van situaties genoemd. Zo vindt men bijvoorbeeld dat Thomas Bos en Frans van der Blonk bijna standaard een startwaarschuwing krijgen terwijl het niet vlot starten door andere pikeurs door de vingers wordt gezien.

Aangedragen oplossing Kortebaandraverijen.nl in het rapport

Bij een jurering met steeds dezelfde mensen en nog strikter op dezelfde plaats, is het onvermijdelijk dat er door de liefhebbers, een optelling van vermeende fouten wordt gemaakt. Een verpersoonlijking voor die fouten is dan niet aardig maar begrijpelijk. Variatie van comitéleden én positionering zal veel helpen.

Antwoord voorzitter Gerard Post Uiterweer

“De vaststelling dat er bij de jurering dingen ‘gemist’ worden en fouten worden gemaakt, is hetzelfde als vaststellen dat waar gehakt wordt spaanders vallen. Maar wij zijn het geheel eens met het rapport dat ook bij het optreden van het comité behoefte is aan continuous improvement. Daarom hebben wij ons verzoek van vorig jaar aan de SNDR herhaald om incidenten/onvolkomenheden in de jurering op te nemen in de kortebaanrapportage, net zoals dat gebeurt met onvolkomenheden aan de kortebaanaccommodatie. Ook hebben wij erop aangedrongen de posities van de keurmeesters tegen het licht te houden en/of te zorgen dat er gevarieerd wordt met de posities van comitéleden. De SNDR heeft toegezegd dat de wens om de keurmeesterposities te rouleren zal worden ingevuld binnen de opstellingensfeer van de SNDR, zodat wij goede hoop hebben op een frissere kijk in 2019.”

Gerard Post Uiterweer (voor) en voorzitter van het draverijcomité Jaap Poelstra in Heemskerk.

Vragen

Wanneer er om reacties over het kortebaanseizoen wordt gevraagd worden er ook vragen gesteld. Wij kunnen de antwoorden niet geven, maar de vragen hier wel stellen: Waarom…

• accepteren organisaties dat er niet altijd voluit om hun prijzengeld wordt gestreden?
• zijn de banen niet altijd op tijd gereed?
• praat de speaker door de huldigingen heen?
• verlaat de SNDR de inschrijving van Bemmel?
• is het stalterrein van De Lier niet op tijd hermetisch afgesloten?
• mogen eigenaren met meer dan twee paarden starten?
• zijn er geen vaste tijden voor pauzes?
• gebeurt het loten niet buiten de bus van BES?
• worden de ‘quotes eventueel’ voor de tweede omloop niet omgeroepen?
• komt het ‘sterretje’ achter de naam van de pikeur niet terug?
• worden de mensen die rommel op de baan gooien niet direct verwijderd?
• is er geen stilstaande start met de hoofden naar de finish gericht?
• is de rode vlag goed en de witte vlag fout?
• veroorzaken startpalen bij een startverschil van tien meter hinder?
• kan er bij het spel Winscore niet worden gespeeld voor € 1,00?
• mag een leerlingpikeur na zijn dertigste overwinning het kortebaanseizoen met dezelfde status niet afmaken?
• zijn er steeds onvoldoende afvalbakken?
• staan de toiletten altijd alleen vlakbij Runnerz en bars?
• gaat de winsomgrens van 12.000 euro niet naar 16.000 euro?
• gaat een pikeur, die in de volgende rit moet starten, een andere pikeur helpen?
• mag het ene paard geen stap verkeerd doen en het andere paard twee of drie?
• kon vroeger wel een finaleomloop met drie en nu moet het met vier?

Antwoord voorzitter Gerard Post Uiterweer

“Enkele van bovenstaande vragen zijn in de evaluatie ter sprake geweest. Een paar belangwekkende licht ik eruit:

• verlaat de SNDR de inschrijving van Bemmel?
Hiervoor heeft de SNDR excuses gemaakt naar Bemmel toe en bevestigd dat de inschrijving dit jaar weer gewoon volgens de normale afspraken zal plaatsvinden.

• gebeurt het loten niet buiten de bus van BES?
Nee, maar er is geen enkele reden om te twijfelen aan de eerlijkheid van dit proces. De bingomolen is hoogst neutraal, de wedstrijdsecretaris 100 procent integer én er is vrijwel altijd een ‘meekijker’!

• worden de ‘quotes eventueel’ voor de tweede omloop niet omgeroepen?
Dit is inderdaad het voornemen en daarnaast is Runnerz in gesprek met BES om, indien aanwezig, de quotes ook op de schermen weer te geven.

• Komt het ‘sterretje’ achter de naam van de pikeur niet terug?
Nee, het uit elkaar loten (resultaat van de evaluatie van twee jaar geleden) wordt als zeer geslaagd ervaren en heeft het aantal keren dat er ‘gekozen’ moet worden sterk gereduceerd. Wij zijn tevreden met de status quo.

• Worden de mensen die rommel op de baan gooien niet direct verwijderd?
Dat zou mooi zijn, maar de handhaving op dit punt is op iedere baan anders en sterk afhankelijk van drukte en inzet van toezichthouders. Santpoort heeft in elk geval het goede voorbeeld gegeven dit jaar en daar is iedereen in de kortebaanwereld zich van bewust.

• Mag een leerlingpikeur na zijn dertigste overwinning het kortebaanseizoen met dezelfde status niet afmaken?
Helaas niet. Uit de kortebaanevaluatie is geconcludeerd dat dit zeer wenselijk zou zijn en wij hebben voorgesteld de leerlingstatus op de langebaan en kortebaan weer los te koppelen van elkaar. Vanuit SNDR-kring (comité) werd zelfs geopperd dat het een goede zaak zou zijn Micha Brouwer en Finn Verkaik hun leerlingstatus op de kortebaan terug te geven (bijvoorbeeld tot vijf overwinningen op de kortebaan), iets wat wij niet eens hebben durven voorstellen, maar wel ter overweging hebben gegeven. Helaas heeft het bestuur van de SNDR zelfs het gematigde voorstel niet gehonoreerd en ons bericht dat de grens van dertig overwinningen op de langebaan als vast ijkpunt gehanteerd zal blijven worden. Wij zijn hier bijzonder ongelukkig mee, omdat wij de weinige actieve leerlingen keihard nodig hebben op de kortebaan. Wij vinden het vooral ook betreurenswaardig dat een inhoudelijk argument van de SNDR- zijde ontbreekt. De enige verklaring is dat men op de lange- en kortebaan dezelfde norm wil hanteren. Dat argument overtuigt ons niet. Je kunt je immers afvragen waarom het zweepverbod dat sinds 2017 op de kortebaan van kracht is, nog altijd niet geldt voor de langebaan. Dit is het enige punt uit de evaluatie waarover de Kortebaanbond en SNDR het grondig met elkaar oneens zijn, maar het is niettemin heel jammer en schadelijk voor de kortebaan dat onze belangen hier compleet worden genegeerd. Dat intussen de deelname van leerlingen aan de kortebaan van groot belang is en blijft, met name voor paarden die op winsom staan, staat voor ons als een paal boven water. Wij kunnen alleen maar hopen dat de eigenaren en trainers dit ook inzien en hun leerlingen hiertoe gelegenheid bieden.

• Gaat de winsomgrens van 12.000 euro niet naar 16.000 euro?
Wel naar 15.000 euro. En 18.000 euro wordt 24.000 euro. En 24.000 euro wordt 30.000 euro. Dit voorstel vanuit de kortebaa evaluatie is door de SNDR gehonoreerd en gepubliceerd in het OB-1. Wij zijn hier heel blij mee. De aanpassing biedt volgens ons een mogelijkheid om de smaakmakers langer voor de kortebaan te behouden. Ook de beperking van de vijf meter ontheffing na drie starts is belangrijk, omdat het leidt tot een gelijker speelveld. Verhoging van alle winsomgrenzen is ook logisch, aangezien de prijzengelden de afgelopen jaren zijn gestegen en paarden dus steeds sneller tegen een starthandicap aan liepen. Wij hopen dat we de toppers van de laatste jaren dankzij deze maatregel nog een aantal jaren op de kortebaan kunnen zien schitteren.”

Standpunt SNDR door Cees Pluimgraaff

“Zoals voorzitter Gerard Post Uiterweer in zijn antwoord al stelt zijn de Kortebaanbond en de SNDR het op heel veel punten eens! Prima! Wat betreft de leerlingenstatus merk ik op dat de titel ‘pikeur’ door alle leerlingen fel begeerd wordt. De SNDR vindt, dat wanneer die ‘mijlpaal’ eenmaal bereikt is, het dan ook een definitieve moet zijn! Het argument wat de ‘kortebaan’ hanteert zien wij ook, maar geloof mij, niet alle ‘nieuwe’ pikeurs willen nog als leerling worden gezien. Daarbij komt, dat er op dit moment genoeg leerlingen zijn die aan de kortebaan kunnen deelnemen. De kans is groot dat, genoemde gewezen leerlingen, nieuwe aanwas van leerlingen op de kortebaan in de weg staat.”

Bij de kortebaanliefhebbers leeft het gevoel dat de één meer mag dan de ander. Thomas Bos en Frans van der Blonk krijgen bijna standaard een startwaarschuwing

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.