Het evaluatierapport (deel 2): Inschrijving en loten

4 februari 2019 13:38

De redactie van Kortebaandraverijen.nl heeft met behulp van de liefhebbers het rapport ‘Het kortebaanseizoen 2018 en kan het beter?’ geschreven. In deze rubriek komt steeds een verbeterpunt naar voren. Vervolgens reageert kortebaanvoorzitter Gerard Post Uiterweer, soms aangevuld door SNDR-manager Cees Pluimgraaff. In deze editie: Inschrijving en loten.

Inschrijving

Kortebaanorganisaties gaan er prat op wanneer zij bij hun inschrijving veel ‘uitlotingen’ kunnen noteren. Zij zien daar een uiting van populariteit in. Echter, eigenaren zien niet graag hun paard uitgeloot worden. Elke maand moet het trainingsgeld worden voldaan en niet starten betekent sowieso geen prijzengeld.

Tijdens de jaarvergadering van de Kortebaanbond is vastgesteld dat er niet meer dan 24 paarden op een kortebaan mogen starten. Dit om te voorkomen dat daarna bij de eerstvolgende kortebaan er te weinig inschrijvingen zijn. Helder! Maar wat is er tegen om incidenteel naar 28 deelnemers over te stappen wanneer er plots veel inschrijvingen zijn? Sassenheim had 38 inschrijvingen, Beverwijk 33. Stompwijk, normaal gesproken de enige grasbaan, is ook altijd populair, dit jaar met 30 inschrijvingen.

Aangedragen oplossing Kortebaandraverijen.nl in het rapport

Ga uit van 24 deelnemers per kortebaan, maar houdt de mogelijkheid open dat wanneer het inschrijvingsaantal met bijvoorbeeld 1/3 deel wordt overschreden (32), kan worden overgegaan op een aantal van 28 deelnemers. Eventueel met een voorkeur voor debutanten. Voor Stompwijk kan gewoon een vaste regel gelden: 28 deelnemers!

Antwoord Gerard Post Uiterweer

“Noch uit de evaluatie, noch uit de feedback van onze leden is aangestuurd op het afwijken van de beperking tot 24 paarden. Wij hebben deze maatregel twee jaar geleden, mede op aandringen van de SNDR, weloverwogen genomen om onderlinge strijd tussen kort op elkaar geprogrammeerde kortebanen te vermijden. Dat heeft goed uitgepakt. Wij zien geen reden om hiervan af te wijken. Op dit moment hebben wij ook meer zorg over de vraag of wij volle velden krijgen, dan wat wij met de overtollige vraag naar startmogelijkheden moeten doen.”

Loting

De inschrijvingsprocedure en daarna het loten voor een kortebaan wordt verzorgd door medewerkers van en in het kantoor van de SNDR. Men noemt het nog steeds loten, maar ‘plaatsing’ zou een beter benaming zijn. Er moet met van alles rekening worden gehouden. Eigenaar niet tegen dezelfde eigenaar, idem dito met trainers, de pikeur voor én in de tweede helft van het programma, een keer ‘voorom’ draaien en een keer ‘achterom’. En zo zijn er nog meer zaken.

Ook in 2019 is het maximum aantal paarden in Stompwijk 24.

De redactie van Kortebaandraverijen.nl heeft wel eens een loting mee mogen maken. Wij hebben ons toen verwonderd om het aantal ‘stapeltjes’ waarmee moest worden gewerkt. Allemaal niet erg, ware het niet dat de loting nu resulteert in een reeks van steeds weer dezelfde deelnemers tegen elkaar. Het paard Emi van Jip bijvoorbeeld, lootte vier keer Southwind Raptor voor een kortebaan. Drie keer met Lindsey Pegram en een keer met Finn Verkaik. Daarnaast lootte Emi van Jip nog twee keer Lindsey Pegram, maar dan met een ander paard. Wanneer wij de afgelaste kortebaan van Nootdorp meerekenen was dat zelfs drie keer! Nog een voorbeeld: Gyon Beuckenswyk trof in 14 starts zeven keer een paard van Stal de Groningers in de eerste omloop. Ter vergelijking: Faustus in 13 starts slechts één keer (El Salvador in Beverwijk).

Aangedragen oplossing Kortebaandraverijen.nl in het rapport

De loting voor een kortebaan weer terug naar de basis. Veel van de nu tevoren vastgestelde regels kunnen van tafel. Wanneer er wordt geloot, zoals tijdens de kortebaan voor de tweede omloop, zal de loting weer echt op een loting lijken.

Antwoord voorzitter Gerard Post Uiterweer

“Wat het rapport constateert (steeds weer dezelfde ritten) is ook ons een doorn in het oog. Daarom hebben wij tijdens de evaluatie en in de jaarvergadering aangekondigd een geautomatiseerd systeem te willen ontwikkelen, met als doel tot meer variatie in ritten te komen. Tegelijkertijd stellen wij vast dat een aantal regels voor het loten nu eenmaal onvermijdelijk is.

Een rijder kan niet tegen zichzelf, twee paarden van dezelfde trainer en/of eigenaar leidt onmiddellijk weer tot gemopper over de vraag of er nu wel echt om de rit wordt gereden. Dus deze regels staan wat ons betreft als een huis. De overige ‘beperkende’ factoren zijn de verdeling voor en in de tweede helft van het programma (een praktische regel om geen tijd te verliezen door het in/uitspannen) en de regel dat een pikeur die twee paarden rijdt eenmaal vóór en eenmaal achterom draait. Dit laatste is statistisch gezien een onzinnige regel, omdat ook bij het loslaten ervan na een heel seizoen vrijwel iedereen op ongeveer 50/50 zal uitkomen.

De werkwijze met de ‘stapeltjes’ is erop gericht zo vroeg mogelijk in het lotingsproces alle ‘taboes’ uit te sluiten. Anders moet het lotingsproces steeds opnieuw, totdat er toevallig geen enkel conflict optreedt. Wij denken nu dat daarin de mogelijke oorzaak ligt van het grote aantal ‘dezelfde ritten’.

Een veelvoorkomende rit in 2018: Southwind Raptor (links) tegen Emi van Jip.

Wij hebben in overleg met de SNDR een start gemaakt met de ontwikkeling van een ‘systeem’. Voordeel van een computersysteem is dat het moeiteloos kan omgaan met de harde regels van de uitsluitingen en vervolgens de bijkomende regels op een praktische manier met trial & error kan oplossen. Voor de computer is het geen probleem ritten te draaien totdat iedere pikeur een keer voor- en achterdraait (of een nieuwe loting te volbrengen als dat onmogelijk blijkt). Dan nog, is de vraag of deze regel in stand moet worden gehouden.

Deelnemers zijn er voor, dus wanneer wij constateren dat het een onhandige factor blijft, gaan wij met de SNDR én de deelnemers in conclaaf om te kijken of deze regel er niet af kan. Het plaatsen in het begin en de tweede helft van de omloop heeft niets met loten te maken, maar puur met ritvolgorde. Wanneer de ritten zijn vastgesteld en iedereen al dan niet een keer voor en achterdraait, kan de computer voordat deze de output genereert ook altijd nog de ritvolgorde ‘at random’ zo wijzigen dat elke pikeur bijvoorbeeld altijd twee ritten rust heeft voor de volgend rit (tijd om te ontspannen of om in te spannen). Vanuit de deelnemers hebben wij begrepen dat dit geen halszaak is. Vanaf de tweede omloop kunnen zij immers ook twee ritten achter elkaar treffen.

In het licht van de oplossing van het rapport: Wij denken dat de belangrijkste drie uitsluitingsregels in stand moeten blijven, maar dat de twee praktische regels minder beperkend zullen zijn. De computer is geduldig en snel. Wij hopen dat deze ergernis met ingang van seizoen 2019 verleden tijd is.”

Standpunt SNDR door Cees Pluimgraaff

“Ik sluit mij volledig bij bovenstaand antwoord van de voorzitter aan. De tijd én de praktijk zal ons leren hoe het uitpakt. Het onderzoek naar een goed computerprogramma én het ontwikkelen daarvan, wordt geheel betaald door de verenigingen en stichtingen zelf. Respect daarvoor en daarom alleen al, gun ik ze alle succes.”

De computer is geduldig en snel. Wij hopen dat deze ergernis met ingang van seizoen 2019 verleden tijd is

TipCompetitie

Ben je een echte kortebaankenner of houd je van een gokje? Doe dan mee met de TipCompetitie!

Word vriend of meer

Vanaf € 10,- per jaar houd je Kortebaandraverijen.nl online en krijg je meerdere extra's.